Op zondagochtend 20 maart kwam ik ter wereld in een ziekenhuis te Zwolle. Een dag te vroeg om een lentebaby te zijn, wat wel de bedoeling was. Het eigenwijze zat er al vroeg in.
Op de basisschool kreeg ik blokfluitles van de muziekleraar, maar als we een nieuw blokfluitboek kregen waar we een jaar uit zouden moeten spelen, had ik het binnen een week al uit gespeeld. We kwamen tot de conclusie dat verdere lessen niet zo zinvol meer waren.
Gelukkig werd de tijd die ik overhield meteen opgevuld met een nieuwe hobby: gitaar spelen. Ik heb drie jaar klassieke gitaarles gehad en als ik even mijn best doe, dan wil dat ook nu, ruim tien jaar later, ook nog best wel lukken.
Mijn broer en vader speelden in een orkest en dat wilde ik eigenlijk ook wel graag doen.
Na wat zeuren regelde mijn vader een saxofoon voor me bij Wilhelmina in Heerde en op de eerste dag van de zomervakantie kreeg ik les van mijn buurvrouw op een oude altsax. De rest van de vakantie wist ik wat me te doen stond.
Na een jaartje op de alt sax kreeg ik een sopraansax in mijn vingers en mocht ik na een tijdje in het grote orkest spelen ook mee spelen op de cd. Ik kreeg er een dag vrij voor, wat ik heel bijzonder vond.
Na een aantal jaren vond ik het spelen bij Wilhelmina niet zo leuk meer en hing ik de saxofoon aan de wilgen.
Na de verbouwing in Hattem, kroop het bloed toch waar het niet kon gaan en meldde ik me aan bij de CMH in Hattem. Hier heb ik geen minuut spijt van gehad. Bovendien vond mijn man Bauke dat ik weer iets nuttigs moest gaan doen met mijn vrije tijd.
Het spelen bij Saxozie is een nieuwe en leuke uitdaging voor me en ik hoop het nog lang te mogen doen. Het is een leuke ontspanning naast mijn werk. In het dagelijks leven doe ik namelijk iets totaal anders: ik sta voor een groep drie van een basisschool in Apeldoorn.